Open haarden zijn bij mensen geliefd vanwege de warmte en de sfeer die ze creëren. Ze kunnen bijvoorbeeld een romantische sfeer creëren na een gezellig etentje. Het luisteren naar het knappende hout kan erg rustgevend zijn. Oorspronkelijk was de haard een open plek in huis waar een vuurtje brandde. Daarom werd daar ook gekookt. Tegenwoordig heeft de haard zijn functie als ‘kookgerei’ verloren en is overgenomen door het gasfornuis. Hij vervult nu bijna alleen nog maar een functie als stemmingsmaker. De haard vervult zijn functie vooral in de winter. Je vindt haarden nog in oude en meestal grotere huizen. Het is nu meestal geen open plek meer maar de bekende ‘inham’ in de muur waarboven de schoorsteen begint. Het is de plek waar je af en toe een stuk hout op gooit met kerstavond. De warmte kan sterker worden gemaakt door het gebruik van een haardplaat, dat gemaakt wordt van gietijzer. Met zo een haardplaat kan de warmte wel met de helft toenemen. Toch zijn ze niet geschik voor ruimteverwarming omdat bijna alle warmte het huis via de schoorsteen verlaat. Haarden zijn er in alle soorten en maten. Je hebt bijvoorbeeld de kachels, houtkachels, elektrische haarden en uiteraard de open haarden. Open haarden zijn ingebouwd in je interieur, heb je hier geen plaats voor kun je dus een kachel aanschaffen of een elektrische. Niet elk huis of gebouw is dus geschikt voor een haard. Een haard dient op een goed geventileerde plek staan. Bovendien mag je er niet zomaar elk soort hout in gooien in verband met milieueisen. Je mag er alleen schoon hout in doen. Zoals briketten, langwerpige blokken van steenkoolgruis en hakhout. Bij andere soorten hout kan er flinke vervuiling optreden. Bij een te lage temperatuur treedt er geen volledige verbranding op waardoor CO ontstaat. Dit CO, ook wel bekend als kolendamp, is zeer bedwelmend en heeft vroeger veel sterfte veroorzaakt. Als u dus besluit een haard te willen hebben, denk dan eerst goed na over de gevaren.