Een petroleumkachel produceert warmte door petroleum te verbranden, ook wel kerosine genoemd. De warmte kan aan de lucht worden afgegeven en die wordt dan verspreid door de ruimte. De warmte kan ook door buizen worden vervoerd door het hele huis. Ze hebben meestal een ingebouwd brandstofreservoir en de geproduceerde verbrandingsstoffen komen meestal gewoon in de ruimte terecht. Daarom worden ze meestal alleen maar ingezet als nood- of bijverwarming. De kachel is gemaakt van een cilindervormige lont die gedompeld is in een bad van petroleum. De dikte van de lont bepaalt de warmtecapaciteit van de kachel. Het is een open kachel.
Dit betekent wel dat de verbrandingsgassen rechtstreeks in u kamer terecht komen. Ventileer deze daarom erg goed. Als er niet voldoende wordt geventileerd in de ruimte kan de zuurstof ‘opraken’ en dan treedt de bekende onvolledige verbranding op. Deze kan een verstikkende werking met zich meebrengen. Maar als er voldoende wordt geventileerd en de kachel op volle toeren draait treedt de juiste verbranding op. Deze verbranding is erg schoon, en heeft een hoge temperatuur. De warmte van de vlam kan oplopen tot wel 1200 graden Celsius. Nadelig is aan deze kachel dat hij zich niet elektrisch laat besturen. Ook kun je de verbranding maar beperkt beïnvloeden. Hij moet minimaal op 80% van de totale capaciteit staan omdat anders onvolledige verbranding op kan treden.
Houd dus goed rekening met de totale capaciteit en de grote van de ruimte waar hij komt te staan bij de aankoop van een petroleumkachel. Wat ook gevaarlijk kan zijn is dat mensen uit zuinigheidsoverwegingen de goedkoopste brandstof kopen. Ten eerste mag er natuurlijk niks anders in dan petroleum. Maar wat veel mensen niet weten is dat deze goedkopere soorten petroleum bij lagere vlamhoogte het binnenmilieu aantasten. Wat ook zeker niet mag gebeuren is het mixen van petroleum met benzine. Dit kan leiden tot explosies!